Em. prof. dr. Warner Kalk behaalde in 1970 zijn tandartsdiploma aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Vervolgens werkte hij van 1970 tot 1985 aan de opleiding Tandheelkunde van de Vrije Universiteit te Amsterdam waar hij in 1979 promoveerde tot doctor in de tandheelkunde binnen de Medische Faculteit.
Voor zijn proefschrift ‘Het kunstgebit een blij bezit?’ ontving hij de Hamer-Duyvenszprijs van de Nederlandse Vereniging van Tandartsen (1980). Van 1985 tot 1998 was hij hoogleraar in de Restauratieve Tandheelkunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en gaf leiding aan de Sector Orale Functieleer en het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde. In 1998 volgde zijn benoeming tot hoogleraar en hoofd van de afdeling Orale Functieleer en Prothetische Tandheelkunde van de opleiding Tandheelkunde aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Onder zijn leiding werd opnieuw vorm gegeven aan de tandheelkundige kliniek en het klinisch onderwijs binnen de opleiding Tandheelkunde te Groningen. Zijn bijzondere interesse gaat uit naar de tandheelkundige problematiek van de ouder wordende patiënt
(prothetische tandheelkunde en gerodontologie), alsmede naar de orale implantologie en de “bijzondere” tandheelkunde. Hij publiceerde als (co)auteur ruim 200 artikelen in (inter-)nationale tijdschriften en schreef als auteur en redacteur bijdragen in diverse boeken. Professor Kalk is gedurende zijn 40-jarige universitaire tandheelkundige loopbaan (1970-2010), aanvankelijk als (klinisch) docent in Amsterdam (15 jaar) en later als hoogleraar in Nijmegen (13 jaar) en in Groningen (12 jaar), nauw betrokken geweest bij en verantwoordelijk geweest voor de opleiding van ruim 2500 tandartsen, hetgeen neerkomt op ongeveer 1/3 van alle werkzame tandartsen in Nederland. Tijdens zijn universitaire afscheid in mei 2010 werd hij uit naam van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden geridderd en benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Na zijn emeritaat verzorgde hij diverse lezingen en in 2014 was hij lid van de redactie en mede-auteur van het boek ‘Canon van de Tandheelkunde’. Van 2010 tot 2018 was hij werkzaam in het Tjongerschans Ziekenhuis te Heerenveen waar hij binnen het Centrum Bijzondere Implantologie (CBI) samenwerkte met zijn zoon (kaakchirurg) op het terrein van de prothetische- en chirurgische implantologie m.b.v. digitale technieken.